Afgelopen voorjaar onderzocht Tjirk van der Ziel van Christelijke Hogeschool Ede wat er momenteel in PKN kerken gebeurt op het terrein van ‘groen’. 317 kerken vulden een vragenlijst in. In het rapport ‘Groene activiteiten: Een impuls voor kerken en samenleving’ staan de uitkomsten van het onderzoek.

 

Lees het hele rapport

 

Samenvatting van het rapport

  • Een op de zeven kerken is niet of nauwelijks bezig met duurzaamheid.
  • Meer dan de helft van de kerken is van mening dat groene activiteiten de gemeente elan geeft, als een nieuwe impuls aan het gemeente-zijn.
  • Vermijden van plastic komt het meest voor: acht op de tien kerken is daarmee bezig. Dat geldt in iets mindere mate ook voor duurzaam papiergebruik, bv tweezijdig printen of een digitaal kerkblad.
  • Kerken tonen veel aandacht voor energie om daarmee kosten te verlagen. Meer dan een kwart wekt zelf energie op door middel van zonnepanelen. Het opvangen van regenwater kan eveneens op veel belangstelling rekenen.
  • Het beheer van de financiële middelen is bij ruim een op de tien kerken ondergebracht bij een ‘groene’ bank waar in de beleggingsportefeuille veel aandacht is voor duurzaamheid.
  • Een derde van de kerken kiest vaak voor fair trade producten.
  • Het aandacht vragen voor een duurzame levensstijl gebeurt in bijna de helft van de kerken via de preek of de liturgie. Bijna een op de vier doet dat in bijbel- en/of gespreksgroepen (kringen), of via themalezingen op een doordeweekse dag of avond.
  • Ruim vier op de tien kerken besteedt expliciet aandacht aan duurzaamheid in het eigen beleidsplan. Als een beleidsplan aandacht heeft voor groene activiteiten, dan is bij meer dan driekwart van de kerken daar veel steun voor. Maar als een beleidsplan niets zegt over groene activiteiten, dan ondervindt ruim vier op de tien kerken steun. Onvoldoende draagvlak is een van de problemen waar kerken tegenaan lopen wanneer zij (meer) groene activiteiten willen doen.
  • Het grootste probleem is echter van praktische aard, zoals te weinig mensen, te weinig financiële middelen, of de beperking van het gebouw als monument.
  • Tot slot het probleem van de omvang van de gemeente, en de daarmee samenhangende vergrijzing. Een kerk die probeert te overleven ziet geen ruimte meer voor groene activiteiten.